19. Ziekenhuiszorg over de grens: het az Vesalius in Tongeren.

Auteur: Wesley Jongen.

Datum: 3-6-2019.

Dat het Limburgse zorglandschap allang geen louter binnenlandse aangelegenheid meer is, maar ook haar lijntjes kent met onze buren, bleek duidelijk in mijn gesprek met Eveline Cox, beleidsmedewerker algemene directie van het algemeen ziekenhuis (az) Vesalius in Tongeren. Eveline en ik hebben jaren geleden samen de master-opleiding European Public Health gevolgd. We spraken over de kansen van zorgverlening over de grens, maar ook over de verschillen tussen het Nederlandse en het Belgische zorgsysteem.

Wat is de visie van Vesalius en hoe uit zich deze in de dagdagelijkse zorgpraktijk?

“Vesalius is een professioneel regionaal ziekenhuis waar ‘zorg met een menselijk gelaat’ het leidmotief vormt voor alle medewerkers. Wij zien de patiënt niet als een pathologie, maar als een mens die onze beste zorg nodig heeft, waarbij we inzetten op kwalitatief hoogstaande zorg en waar veiligheid voor de patiënten een absolute prioriteit is.” Hoe zich dit uit in de dagdagelijkse zorgpraktijk? Met name in de dagelijkse omgang met collega’s en met patiënten, stelt Eveline. “Ik wilde zelf terugkomen naar az Vesalius na enkele jaren elders gewerkt te hebben, omdat de sfeer hier zo goed is. We zijn een kleiner ziekenhuis waar iedereen elkaar kent en waar de patiënt niet als nummer wordt behandeld. De medewerkers van Vesalius hebben bovendien interne en externe samenwerking hoog in het vaandel staan. Binnen de organisatie wordt de patiënt begeleid door een team van professionele artsen, verpleegkundigen, paramedici en andere medewerkers die samen hoge kwaliteit van zorg nastreven. We streven daarnaast naar een goede samenwerking met de huisartsen en de andere zorgverstrekkers van de 1ste lijn in onze regio. Met andere ziekenhuizen, academische en professionele opleidingscentra en kennisinstellingen wordt intensief samengewerkt, om te kunnen inspelen op alle relevante ontwikkelingen in de zorg.”

Is Vesalius betrokken bij grensoverschrijdende samenwerkingsinitiatieven met andere ziekenhuizen, en zo ja, op welke wijze?

“Op dit moment loopt nog altijd de samenwerking met het MUMC+ rondom pediatrische intensieve zorgen, die in 2012 is opgezet tussen vier partners: Vesalius en het Nationaal Intermutualistisch College aan Belgische zijde en MUMC+ en GGD Zuid-Limburg aan Nederlandse zijde. Binnen deze samenwerkingsconstructie kan az Vesalius in een aantal gevallen beroep doen op de Pediatrische Intensive Care Unit (PICU) van het MUMC+. Voor het transport wordt een speciaal voertuig ingezet, met een transportteam van de PICU bestaande uit een medisch specialist en een verpleegkundige opgeleid voor intensieve zorg voor kinderen. Dit team heeft tijdens het transport de beschikking over speciale apparatuur, medicatie en materialen.” Of er ook meer aanknopingspunten voor samenwerking met het MUMC+ of andere Nederlandse ziekenhuizen zijn, geeft Eveline te kennen dat men bij de start van de samenwerking bij az Vesalius erop rekende dat PICU een opening zou zijn voor meer samenwerking met Maastricht. Door de recente beweging naar ziekenhuisnetwerken in België, is deze prioriteit wat naar de achtergrond verschoven. Maar het az Vesalius is nog altijd geïnteresseerd in een goede samenwerking met de Nederlandse buren. De contacten op bestuurlijk niveau met het MUMC+ zijn trouwens goed.

Heeft u te maken met een groot aandeel Nederlandse patiënten, en zo ja, hoe verklaart u dit?

“Gemiddeld bestaat onze patiëntenpopulatie voor 3% uit Nederlanders, maar de aantallen per specialisme variëren enorm. Ze schommelen tussen 0% en meer dan 15%.” Naar de redenen voor deze variatie is nooit echt onderzoek gedaan. Over het algemeen merkte men vanaf 2003/2004 een kentering bij az Vesalius, als gevolg van overeenkomsten met diverse Nederlandse zorgverzekeraars, zo stelt Eveline.  De belangrijkste reden was toen de wachtlijstenproblematiek in Nederland, maar die is nu grotendeels opgedroogd. Het aantal Nederlandse patiënten is echter stabiel gebleven. “De geografische nabijheid, het taalverwantschap en de persoonlijke band die deze patiënten hebben opgebouwd met hun zorgverstrekker zullen zeker ook een reden zijn voor Nederlandse patiënten om zich in het az Vesalius te laten behandelen”, concludeert Eveline. “En tot slot, horen we van Nederlandse patiënten toch ook wel vaak dat ze zich in het az Vesalius veel minder een nummer of een pathologie voelen, dat ze zich meer als mens benaderd voelen.” ‘Zorg met een menselijk’ gelaat is dan ook het motto van az Vesalius.

Hoe zou u de ontwikkelingen in het Vlaamse/Limburgse zorglandschap willen karakteriseren?

“De noden van de patiënt zijn gewijzigd en er komen steeds meer ouderen en chronisch zieken. Om te kunnen blijven voldoen aan de behoeften van patiënten heeft de overheid besloten om de ziekenhuiszorg en -financiering te hervormen.” Dit houdt onder andere een hervorming van de eerste lijn in. Eveline licht toe: “Wat we merken is dat het aantal dagopnames stijgt en dat de patiënt steeds sneller naar huis gaat. Dan is er vaak nog behoefte aan verpleegkundige zorg. Dit houdt in dat de onderlinge afstemming tussen de verschillende actoren optimaal moet verlopen. Hetzelfde geldt voor de huisartsenwachtposten. Waar men naartoe wil is dat deze naast een spoedgevallendienst worden gevestigd, zodat de triage vanuit de wachtpost kan gebeuren. Vanuit medisch oogpunt kan een groot deel van de patiënten op spoed evengoed door de huisarts geholpen worden.”

Ook de financiering van de zorg wordt gewijzigd, waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen laag-variabele zorg enerzijds (standaardiseerbare, weinig complexe zorg met vooraf vastgestelde prijzen die voor iedere patiënt nagenoeg hetzelfde zijn) en een ‘pay for performance’ constructie voor complexere zorg anderzijds (waarbij de beloning voor geleverde zorg rechtstreeks in verband wordt gebracht met de bereikte resultaten op het gebied van structuur-, proces- en uitkomstindicatoren).

Een derde ontwikkeling is dat het ziekenhuislandschap vanaf 2020 definitief gaat bestaan uit netwerken. “Concreet kunnen we stellen dat alle ziekenhuizen binnen een netwerk algemene zorgen zullen aanbieden. Daarnaast zullen ze onderling afspraken maken over het gespecialiseerde zorgaanbod. Niet elk ziekenhuis binnen een netwerk zal elk type gespecialiseerde zorg aanbieden, maar patiënten moeten voor deze zorgen wel steeds terechtkunnen in een ziekenhuis binnen hun netwerk.” Het grote voordeel voor az Vesalius in dezen is dat de Belgisch Limburgse ziekenhuizen al sinds 2010 zijn verbonden in het samenwerkingsverband HospiLim. Dit samenwerkingsverband fungeert enerzijds als gezamenlijk aankoopplatform en anderzijds als gezamenlijk kenniscentrum van de betrokken ziekenhuizen. “Op het vlak van netwerkvorming zitten we dus al op een goede basis”, concludeert Eveline.

Wat merkt u van deze ontwikkelingen in de dagdagelijkse zorgverlening?

“De netwerkvorming is nog in volle ontwikkeling, maar toch zien we al enkele ziekenhuis-overschrijdende associaties van artsen ontstaan. Op het gebied van samenwerking zijn er al artsen die op verschillende locaties en zelfs in verschillende ziekenhuizen actief zijn, bijvoorbeeld in het geval van heel ingewikkelde operaties op specialistische locaties. Ook op het vlak van de organisatie van back-office diensten komen er stilaan enkele projecten tot stand. Maandelijks zitten we hiervoor op domein niveau samen: zowel op het niveau van de algemeen directeuren en hoofdartsen, als op het niveau van IT-,  financiële en HR-managers.”

In hoeverre zet az Vesalius in op preventie en concepten als positieve gezondheid?

“Positieve gezondheid als ‘buzzwoord’ is hier nog niet zo geland”, erkent Eveline. Tegelijkertijd leunt het concept heel duidelijk aan de missie van het ziekenhuis. Zonder het met zo veel woorden te benoemen, kan men veel van het gedachtengoed terugzien in het beleid van het ziekenhuis. Hetzelfde geldt voor preventie. “Het is zo dat rond preventie regelmatig infomomenten worden georganiseerd, bijvoorbeeld rondom rookstopbegeleiding, diabetes, protheses of palliatieve zorgen. Ook voor medewerkers wordt er ingezet op preventie en positieve gezondheid, met name vanuit de werkgroep az Vitaal. “Het welzijn van alle medewerkers wordt benaderd vanuit een positieve invalshoek en de nadruk wordt gelegd op een aangenaam klimaat binnen het ziekenhuis. De opzet is iedereen aan te moedigen tot het werken aan een ‘gezonde geest in een gezond lichaam’. Maar, we kunnen ons zeker nog meer op preventie gaan richten. Hiervoor is ook een intensievere samenwerking met de 1ste lijn en met patiëntenorganisaties nodig. Op dit moment is preventie misschien nog niet zo de taak van een ziekenhuis, maar in de toekomst zal dit wel steeds meer het geval zijn.”

Bedankt voor het lezen en mocht u vragen of opmerkingen hebben, aarzel dan niet om ons te contacteren.