28. Interview met bisschop Harrie Smeets over de rol van de kerk in het hedendaagse zorglandschap.

Auteur: Wesley Jongen.

Datum: 19-12-2019.

Misschien dat het onderwerp van het artikel van deze week u in eerste instantie een beetje verwondert. Maar aangezien ‘public health’ een breed thema is, vroeg ik mij op een dag af of ook de kerk een bepaalde rol heeft daar waar het gaat om zorg en ondersteuning, niet alleen historisch gezien, maar ook heden ten dage. Ik besloot contact op te nemen met de woordvoerder van het bisdom in Roermond, met de vraag of ik monseigneur Smeets, de bisschop van Roermond, over dit onderwerp zou mogen interviewen. Na enige aarzeling (want ook voor het bisdom was het een vraag uit onverwachte hoek) werd ik van harte uitgenodigd door de monseigneur. Het werd een boeiend gesprek, niet over geloofszaken en ook geen brede discussie over de rol van de kerk in de hedendaagse maatschappij, maar over de meerwaarde die de kerk kan bieden op het gebied van zorg en ondersteuning voor dié groep mensen die daar baat bij heeft.

Hoe kijkt u aan tegen de huidige ontwikkelingen in de zorg, zoals de beweging richting meer zelfredzaamheid?

“Allereerst, zeker niet negatief. We hebben in Nederland, en daar mogen we blij voor zijn, een professionele zorg die onvoorstelbaar is. Als je 25 jaar geleden had gezegd: ‘over een tijdje gaan we vergrijzen en is er mantelzorg nodig’, dan hadden veel mensen je nog raar aangekeken. Eigenlijk is ‘mantelzorg’ dan ook een relatief nieuw woord. In eerste instantie werd daar dan ook ietwat ontzet op gereageerd. Maar, en dat vind ik het positieve, het gebeurt wél gewoon. Ook de professionele verplegers en verpleegsters komen met de beste bedoelingen, maar zij mogen en moéten ook op de klok kijken en moeten soms zeggen dat er geen tijd meer is, omdat ze nu eenmaal door moeten naar de volgende cliënt. Mantelzorg begint juist vaak met een klein beetje, bijvoorbeeld een keer de boodschappen doen voor de buurvrouw of voor pa en ma, maar je ziet dat het vaak steeds meer wordt, dat mensen steeds meer gaan geven, juist omdat het zo veel goeds losmaakt. Het brengt mensen bij elkaar.” Tegelijkertijd loopt de mantelzorger natuurlijk ook tegen de grenzen van het mogelijke aan en het is dan ook belangrijk om die grenzen te stellen, zo benadrukt de bisschop: “Je kunt niet én werken én de kinderen naar het voetballen brengen én je moeder naar de dagopvang brengen.”

Welke bijdrage kan de kerk leveren als men kijkt naar dergelijke ontwikkelingen?

“Het geheugen is een vreemd ding. Sommige dingen blijven hangen, zonder specifieke reden, maar gewoon omdat ze indruk maken. Ik herinner me nog goed het begin van de jaren 70, ik was toen 12/13 jaar, het was de tijd dat mensen kerngezond het bejaardenhuis inliepen. Toen hoorde ik op een dag een radio-interview met een Afrikaanse mevrouw, met 6 kinderen, die al jaren in Nederland woonde. Ze zei op een bepaald moment dat kinderen in Afrika ook je toekomstvoorziening zijn. Als je oud bent dan zorgen die kinderen daar voor je. Die mevrouw zei dat heel netjes, maar ze werd weggehoond en uitgelachen. ‘Dat hebben we in Nederland wel anders opgelost’, zei men. En nu, nog geen vijftig jaar verder ben je een arme stakker als je niemand hebt die met je naar het ziekenhuis kan gaan.” Zonder een discussie aan te gaan over de rol van het gezin, benadrukt de bisschop enkel dat we nu min of meer weer terug zijn bij hetgeen we vijftig jaar geleden hebben losgelaten: een stukje zorgen voor elkaar. Het gaat niet om de grootte van het gezin, maar om naastenliefde, of het nu om familie of vrienden of buren of anderen gaat. Ik interpreteer hetgeen de bisschop zegt zelf als een vorm van aandacht voor de onderliggende ethiek in de zorg. “En vergeet niet, zo benadrukt de bisschop wel, alles wat er aan gezondheidszorg in Limburg is, is bijna allemaal door de kerk begonnen, vanuit de meest edele bedoelingen. De kerk was vaak de enige die iets deed, want als het aan de Staat lag bleven alle geestelijk zieken en gehandicapten thuis. Het religieuze leven is verminderd en ik zeg ook niet ‘we zijn er uit gezet’. Maar, uit dezelfde motieven, uit hetzelfde geloof gedragen, pakt de kerk die draad nu weer op.”

Op welke wijze pakt de kerk die draad dan op?

“Je hebt zoiets als geestelijk welzijn, waarin de kerk, zeker bij ouderen en zieken, een belangrijke plaats heeft. Ga je kijken naar de klinische kant van de zorg, daarin is de rol van de kerk voorbij. Dat ligt nu bij de zorginstellingen die ze ooit hebben opgericht en die kunnen dat ook veel beter. Maar we zien nu wel in heel veel parochies zogenaamde diaconiegroepen ontstaan.” Het woord diaconie heeft betrekking op het maatschappelijk werk van de kerk. De monseigneur licht verder toe: “Die diaconiegroepen beginnen van onder af aan. Ze pakken een aantal van de steekjes op die de maatschappij laat vallen. Tegelijkertijd moeten we er ook op basis van vertrouwen van uit kunnen gaan, en dat is iets wat het geloof ons kan bieden, dat de professional die komt om cliënten te verzorgen er met zijn hele hart bij is.” Ik merk dat de bisschop niet van het woord cliënt houdt, want “we hebben het over mensen”, zo benadrukt hij. “Die basis van vertrouwen maak je niet groter met procedures, papierwerk en handtekeningen, sterker nog, je breekt het er alleen maar mee af.”

Wat merkt u in uw eigen bisdom van de ontwikkelingen in de gezondheidszorg?

“De behoefte van mensen dient zich heel nadrukkelijk aan. Je hoort mensen heus niet klagen. De meeste mensen zijn ook gewoon heel tevreden over de zorg die ze krijgen, maar er blijven dingen liggen. De parochie heeft veel mensen in het vizier, iets dat de professionele zorginstellingen vaak niet hebben. Maar ook de parochie heeft veel mensen nog niét in het vizier. De wetgeving op het gebied van privacy maakt het er niet makkelijker op. Je gaat naar de persoon die je kent en van daaruit wordt je weer doorverwezen naar andere hulpbehoevenden, in de zin van ‘ga daar ook eens kijken’. Zo kom je van de ene bij de andere. Maar dit alles vergt contact; dat je naar mensen toegaat. Dat is één van de dingen die de kerk nog altijd heeft, de nabijheid in de buurt, van de hulpbehoevenden én de vrijwilligers. We hebben nog steeds een fatsoenlijk netwerk.”

Welke concrete voorbeelden kunt u noemen van de wijze waarop gelovigen zich in uw bisdom inzetten voor de medemens?

“Een mooi voorbeeld vind ik de Stichting Katharina Kasper, opgericht door een aantal zusters die zelf hun hele leven in de zorg werkzaam zijn geweest, maar de zorg zagen verschralen. Die zusters zijn een eigen bureau begonnen, waarmee ze de thuiszorg op een andere manier willen inrichten, vanuit een meer menslievende benadering. In de huidige zorg heeft iedereen ook veel te veel papierwerk. Ik zat zelf eens bij een arts en die keek haast niet op van zijn computerscherm. Ik dacht bij mezelf: ‘zie je nou zo een mens?’ Die verzakelijking van de gezondheidszorg, dat idee van ‘we zijn een bedrijf’, dat dreigt te verzanden. Ik denk dat het echt niet goed is om bedrijfsmatig te kijken naar de gezondheidszorg, dat is funest. Je moet kijken naar, en beginnen bij, de mens.”

De diaconiegroepen die de bisschop eerder al noemde gaan bijvoorbeeld op bezoek bij zieken of bij mensen die alleen zijn achtergebleven, of organiseren kleinschalige burenhulpdingetjes. “Dat zijn kleine dingen die voor die mensen vaak een heel groot verschil maken. Je moet natuurlijk niet in het parochieblaadje zetten: ‘zondagmiddag bijeenkomst voor eenzamen’, daar komt niemand op af, want niemand wil als ‘eenzaam’ geclassificeerd worden. Als ze gezond zijn praten mensen vaak trots over zoon en dochter in Amerika en Japan, maar als ze eenzaam zijn is dat opeens heel ver weg. Door de parochie in Venray worden dan weer maaltijden verzorgd met Kerst. Niet een week vóór of ná Kerst, maar echt voor mensen die met Kerstmis zelf geen tafel hebben.”

Is het aannemelijk dat de kerk ook bepaalde welzijnstaken gaat overnemen van professionele instellingen (gelet op de terugtrekkende beweging van de overheid en de voortdurende bezuinigingen)?

“Ik wil niet meteen een te grote broek aantrekken. Zo gaat dat niet groeien. Ik ben er van overtuigd dat het van onderop zal groeien. Naarmate de gaten duidelijker zichtbaar worden, zullen er ook mensen zijn die daar in willen springen. Diaconiegroepen waren er tien jaar geleden niet of nauwelijks. Tegelijkertijd moeten we ons ook niet vergissen in het christelijke gehalte van de maatschappij, zeker hier in Limburg. Onze hele maatschappij, sociale wetgeving en daarmee ook ons zorgstelsel is voor een groot deel op het christendom gestoeld. En natuurlijk vind ik het als geestelijke niet geweldig dat mensen op zondagmorgen in bed blijven liggen in plaats van naar de kerk te gaan, maar daar gaat het nu niet om. Zelfs onder die ontkerkelijkte laag zit nog steeds een diepgevoelde christelijke laag van naastenliefde, van christelijke waarden. Geloof is niet tegenstrijdig met ons menszijn, maar complementeert het.” Op de vraag of de kerk haar parochianen ook proactief moet aanmoedigen om meer vrijwilligerswerk en mantelzorg te verlenen antwoordt de bisschop met een stellig ‘nee’: “het moet vanuit mensen zelf komen. Het gaat er ook niet om waar de ‘kans’ voor de kerk ligt, als ware we zieltjes zouden willen winnen, maar waar onze opdracht ligt.”

Binnen de Romeinse Curie, zeg maar het bestuursapparaat van de katholieke kerk in Rome (onder leiding van de Paus), is er een afdeling die zich bezighoudt met zorg- en welzijnsthema’s, het zogenaamde ‘Dicasterie voor de Bevordering van de Gehele Menselijke Ontwikkeling’. Ik vraag de monseigneur wat het bisdom merkt van het werk van dit orgaan.

“Dan kom je in de sfeer van de synodes [mondiale bisschoppelijke overlegorganen] terecht, waar we over bepaalde onderwerpen met elkaar in gesprek gaan, in dit geval over gezinsleven, familie en morele thema’s als abortus en euthanasie.” Op deze manier gaat er dus een stukje inbreng vanuit het bisdom naar Rome. Vervolgens komen er dan ook met enige regelmaat stukken terug vanuit Rome naar hier en die stukken worden dan weer besproken in de bisschoppenconferentie [het landelijk bisschoppelijk overlegorgaan]. Deze stukken geven enige leidraden over hoe je als gelovige kunt kijken naar bepaalde ontwikkelingen in de maatschappij, maar, zo geeft de bisschop te kennen, meestal krijgen die stukken totaal geen aandacht. “Zelf kom ik nog het beste uit de voeten met de kennis die ik heb gekregen en een portie gezond geloof en gezond verstand. Daarbij, die stukken moeten overal ter wereld meekunnen, maar elke regio en parochie heeft natuurlijk haar eigen vragen en uitdagingen.”

Hoe kijkt de kerk aan tegen technologische ontwikkelingen in de gezondheidszorg, zoals e-health of zorg op afstand?

“Volgens mij is de best bezochte eucharistieviering die op zondagmorgen op tv. Technologie is dus prima. Het biedt kansen, ook voor de zorg. Maar of robots, om maar een voorbeeld te noemen, de eenzaamheid van mensen moeten gaan opvullen, daar kun je je vragen bij stellen. Zodra mensen zich gaan hechten aan zo’n robot, laat dat volgens mij iets zien over onze maatschappij. Dus of technologie bijdraagt aan sociale gezondheid? Ik vraag me dan af of technologie überhaupt sociaal kan zijn? Dat onze maatschappij steken laat vallen, omdat we zo individualistisch leven, dat durf ik wél te zeggen. Er wordt soms gedaan of het lichaam zo’n technisch geheel is, waar de geest niets mee te maken heeft. Maar geest en lichaam zijn één. Dat geheel moeten we in ieder geval niet uit het oog verliezen.”

Bedankt voor het lezen en mocht u vragen of opmerkingen hebben, aarzel dan niet om ons te contacteren.