30. Adelante: meer dan alleen revalidatiezorg.

Auteur: Wesley Jongen.

Datum: 30-1-2020.

Veel mensen kennen Adelante vooral als revalidatiecentrum in Hoensbroek. In de loop der jaren heeft de organisatie haar expertise echter op indrukwekkende wijze uitgebreid én verdiept. Henri Plagge, voorzitter van de Raad van Bestuur van Adelante sinds mei 2019, deelt zijn visie over de huidige positie van Adelante in het Limburgse zorglandschap en haar toekomstige ambities.

Adelante staat bij velen vooral bekend om haar revalidatietak, maar hoe zou u het huidige profiel van Adelante omschrijven?

“We zijn een echte netwerkorganisatie, met een lange historie (zo vierde Adelante onlangs haar 50-jarig jubileum), maar toch ook heel modern. Als je nu naar ons profiel kijk, dan zijn we een organisatie met gespecialiseerde zorg, zowel op het vlak van revalidatie, speciaal onderwijs en audiologie. Het audiologisch centrum is een aparte vorm van diagnostiek en behandeling die al jaren bij Adelante hoort. Binnen de revalidatie hebben we dan weer een specifieke poot voor kinderen.” Dit laatste gaat verder dan enkel revalidatie legt Plagge uit: “We betrekken het hele spectrum van zorg en onderwijs. We hebben een mytylschool in Houthem en werken met meerdere scholen samen om onze expertise te delen.” Ter verduidelijking: een mytylschool biedt speciaal onderwijs aan kinderen met een handicap aan. “We zijn bovendien een echte Limburgse organisatie, met een heel regionale netwerkfunctie. Veel mensen kennen ook ons vooral van onze vestiging in Hoensbroek, maar we bieden ook in het Zuyderland, het MUMC en het VieCuri een behoorlijk stuk van de revalidatiezorg aan. Met onze audiologietak bedienen we heel Limburg, vooral voor de diagnostiek. Specifiek op het vlak van tinnitus zijn we sowieso een van de weinige experts in heel Nederland.” Toch is het audiologische gedeelte bij velen nog onbekend. Dat is voor Plagge dan ook een uitdaging voor het komende jaar: “aan mensen duidelijker maken waar wij nu precies voor zijn”. Qua grootte kan Adelante met ongeveer 1.000 medewerkers een middelgrote speler in het Limburgse zorglandschap worden genoemd.

Hoe onderscheidt Adelante zich van andere revalidatiecentra?

Wat de revalidatietak betreft onderstreept Plagge dat Adelante een van de grotere aanbieders is met heel veel expertise op diverse gebieden. Zo is Adelante één van de selecte groep revalidatiecentra die ook de zwaardere categorie dwarslaesiepatiënten bedient en binnen deze groep ook nog de beademingsplaatsen heeft. Andere speerpunten betreffen de revalidatie voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel, pijnrevalidatie (grotendeels ambulant) en arm-/handproblematiek. En, zoals reeds genoemd, de kinderrevalidatie. Ook hierin is Adelante zeker niet de enige, maar redelijk uniek is wel de aanpak: “Kinderrevalidatie probeer je altijd zo dicht mogelijk bij de patiënt te organiseren en dus steeds meer vanuit een poliklinische benadering. Als je al wordt opgenomen, dan liefst zo kort mogelijk.” Adelante experimenteert veel met zogenoemde ‘intensieve kortdurende programma’s’ en de integrale aanpak van behandeling en onderwijs, waarbij er nadrukkelijk ook rekening wordt gehouden met de context van het kind. Denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheid dat ouders kunnen blijven logeren. Uniek is ook de aandacht voor wetenschappelijk onderzoek. “Op veel van onze trajecten lopen onderzoekslijnen.” Adelante kan dan ook met recht een ‘geacademiseerd’ revalidatiecentrum worden genoemd en fungeert in feite als een groot kenniscentrum. “We hebben zelf een aantal onderzoekers in dienst, veelal ook verbonden aan de Universiteit Maastricht. Daarnaast willen we ook juist mensen die in de praktijk werken onderzoek laten doen. We doen daarnaast ook veel aan samenwerking, juist omdat het vaak om kleine groepen patiënten gaat, maar wel mensen die intensieve zorg nodig hebben, ook in het nazorgtraject. Op het gebied van de pijnrevalidatie werken we bijvoorbeeld veel samen met de anderhalvelijnszorg. Zo doen we mee in de stadspoli in Maastricht. Ik ben van mening dat als dingen in de eerste- of anderhalve lijn kunnen, dan moet je het daar ook doen, mits je mensen maar goed schoolt en je over goede triage-instrumenten beschikt.”  

Wat zijn de grootste uitdagingen waar Adelante in het huidige zorglandschap tegenaan loopt?

“Juist onze specialisme is er op gericht om mensen te laten participeren en het maximaal mogelijke uit zichzelf te halen. Dit was al zo voordat het hele concept van positieve gezondheid modern werd. ‘Hoe kun je ondanks alle problemen een zo gewoon mogelijk leven leiden met alle ambities die je hebt?’ Die gedachtegang zit in ons onderwijs en in de zorg zelf, zowel bij revalidatie als bij audiologie. Wat je echter ziet is dat de financieringsregelgeving daar niet voldoende in meebeweegt. Het systeem kent allerhande verkeerde prikkels. Om een voorbeeld te geven: we worden in feite zo betaald dat we mensen juist niét kort zouden moeten behandelen in de kliniek, want als je mensen voor hun 15e dag ontslaat krijg je geen vergoeding voor de klinische opname, terwijl je wel je kosten hebt gemaakt.”

Het arbeidsmarktprobleem valt binnen de specialismen van Adelante volgens Plagge nog wel mee: “Ten opzichte van enkele collega-organisaties zitten we nog wel goed, omdat we ook zelf veel aan opleiding doen. Maar het begint wel, met name in de verpleging en de verzorging, maar ook in heel specialistische disciplines, bijvoorbeeld die van de revalidatiearts.” Om zo goed mogelijk op dit toekomstige arbeidsmarktvraagstuk in te spelen is Adelante zelf erg actief op het vlak van onderwijs en onderwijsvernieuwing. Een voorbeeld is het M-ZIC stageconcept, dat samen met Zuyd Hogeschool specifiek voor de klinische revalidatie is ontwikkeld en gericht is op de interdisciplinaire samenwerking tussen professionals vanuit verschillende opleidingen.

Op welke wijze maakt Adelante gebruikt van zorgtechnologie?

“Op vrij veel fronten. Van oudsher maken we in de revalidatie natuurlijk gebruik van allerhande apparatuur om te meten, te diagnosticeren en te behandelen en dit wordt steeds geavanceerder.” Interessant om te vermelden is dat Adelante als leadpartner is betrokken bij het grensoverschrijdende Interreg-project i2-CoRT. Het project is gericht op de ontwikkeling van nieuwe technologieën, al dan niet met starters, specifiek voor de revalidatiesector. Doel is om die nieuwe technologieën in een innovatievriendelijke omgeving te kunnen uitproberen. “Denk bijvoorbeeld aan een robot die het mogelijk maakt om je arm-/handfuncties beter te kunnen trainen. Dergelijke apparaten staan weliswaar niet thuis bij de patiënt, maar maken het wel mogelijk om zo snel mogelijk weer naar huis te kunnen.” Een ander voorbeeld dat Plagge noemt is de Zero-G, een soort looprail waarmee mensen waarvan de beenfunctie er niet of slechts beperkt is kunnen trainen. “In het apparaat zit kunstmatige intelligentie die constant registreert wat je zelf al wel kunt en wat nog niet. Op die manier kunnen we met minder inzet van therapeuten mensen sneller helpen.”

“We werken ook wel met digitale zaken, bijvoorbeeld in de pijnrevalidatie.” Met name hierin gaat er de komende jaren volgens Plagge veel gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan een app, waarmee een stukje ondersteuning en hulp bij besluitvorming aan de patiënt wordt geboden. Plagge vat de bovenliggende visie van Adelante ten aanzien van technologie als volgt samen: “We moeten mee, maar je weet op voorhand niet altijd precies hoé. Dit betekent dat je veel moet experimenteren. Met i2-CoRT zitten we wat dat betreft echt aan de voorkant. En we werken ook wel met een aantal centra samen omdat het allemaal redelijk kostbaar is.”

Wat zijn volgens u de belangrijkste (nog steeds aanwezige) drempels om zorginnovaties een grote vlucht te laten nemen?

“Je kunt het heel moeilijk terugverdienen, vanwege de huidige financiering. Het is geen echte markt, maar ook niet volledig overheid. Neem beeldzorg: de eerste experimenten hiermee werden zo’n 12 jaar geleden uitgevoerd, maar pas sinds vorig jaar is het mogelijk om een consult via beeldscherm te declareren.” De innovatiekracht in de zorg is volgens Plagge bovendien niet altijd even groot door de wijze waarop opleidingen zijn ingericht: “mensen worden nog steeds heel erg opgeleid vanuit ‘voorbeeldfuncties’, oftewel het leren in de praktijk vanuit een ‘leermeester-gezel’ constructie”. Dit komt het innovatieve denken volgens Plagge niet altijd ten goede, vooral gezien de grote (bijna dagelijkse) hoeveelheid nieuwe informatie per vakgebied in de zorg.

Hoe ziet u de gezondheidszorg in Limburg over vijf jaar?

“Vijf jaar is niet zo heel lang, dus ik denk dat we vooral verder zijn in het organiseren van dingen in netwerken, dat we weer meer ervaring hebben opgedaan met nieuwe technieken en dat we meer bewijskracht hebben voor wat we doen, vandaar ook onze aandacht voor wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast, als je naar de gezondheidszorg in Limburg in zijn algemeenheid kijkt ligt er denk ik een gemeenschappelijke uitdaging, namelijk de bevolking gezonder maken.” Iedere zorgorganisatie heeft daar een rol in volgens Plagge, zo ook Adelante. “Juist vanuit de revalidatie zijn we heel erg gewend aan het benutten van kansen en het maximaliseren van mogelijkheden voor mensen. En als iets niet beter te maken is, hoe kun je er dan toch mee leren leven, vanuit een insteek van positieve gezondheid. Dié manier van denken, daar kunnen andere organisaties nog wat van leren”, besluit Plagge met enige trots.

Wat zijn uw plannen en ambities als bestuursvoorzitter van Adelante voor de komende jaren?

“Ik ben natuurlijk pas anderhalf jaar hier, maar mijn motto is net zoals dat van Adelante ‘doorgaan!’. Dit betekent concreet dat we de specialistische kant voortzetten en doorontwikkelen op alle terreinen. Ook aan de voorkant zetten we in op innovatie, onderzoek en vernieuwingen. Vaak samen met anderen. En tegelijkertijd blijven we doorgaan op de lijn van het ambulantiseren van zorg. Dingen die je vroeger op één plek deed, kun je nu vaak ook deels elders of thuis doen.”

Bedankt voor het lezen en mocht u vragen of opmerkingen hebben, aarzel dan niet om ons te contacteren.