Public Health

Public health wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gedefinieerd als “the art and science of preventing disease, prolonging life and promoting health through the organized efforts of society” (Acheson, 1988; WHO). In het Nederlands zou men dit vrij kunnen vertalen als “het geheel aan activiteiten van de samenleving ter voorkoming van ziekte, het verlengen van de levensverwachting en het bevorderen van de gezondheid” (eigen vertaling). Ten grondslag aan deze definitie van publieke gezondheid (of volksgezondheid) ligt dan weer de definitie van gezondheid, zoals deze enkele decennia door de WHO werd gehanteerd: “Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken” (WHO, 1948). Deze definitie past echter niet meer geheel in deze tijd: doordat de levensverwachting van mensen stijgt en (mede daardoor) ook het aantal mensen met één of meer chronische aandoeningen toeneemt zou bijna iedereen volgens de WHO-definitie van gezondheid ziek zijn. De Nederlandse onderzoekster Machteld Huber heeft daarom in 2011 een nieuwe definitie van gezondheid voorgesteld (ook wel ‘positieve gezondheid’ genoemd), waarin gezondheid wordt beschouwd als “het vermogen om je aan te passen en zelf te beslissen hoe om te gaan met de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven” (Huber et al., 2011). Deze definitie van gezondheid stelt dus niet ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal. Vanuit deze gedachte is ook PH-Limburg vormgegeven, waarbij we specifieke aandacht schenken aan de gezondheid en zorg van, voor en door de mensen in Limburg.